Kajak.nl - Canadese Kano's goedkope Canadese gans

Canadese Kano's

POLYETHYLEEN. Diverse merken/modellen....

POLYESTER. Diverse merken/modellen....

ROYALEX, Gatz Kanus heeft nog iets voor ons gemaakt.....

ALUMINIUM, Sportspal uit Canada en Linder uit Zweden....

Diverse Accessoires....


goedkope Canadese gans

canada gooze
canadá ganso usa
veste canada gé
canada goose victoria parka
canada goose victoria

697     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Lathum / Giesbeek / Angerlo is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats. In Angerlo staat een eenschepig, torenloos kerkje.

970     Bingerden wordt voor het eerst beschreven als een versterkte boerderij met gracht als bezit van de graven van Hamaland, die bescherming bieden tegen eventuele aanvallen vanaf de IJssel.


Bingerden, omstreeks 1800
(tekenaar onbekend)

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1026    Angerlo wordt als dorp vermeld. Het is zeker ouder dan Doesburg dat pas in 1060 voor het eerst wordt vermeld.

1060    Doesburg wordt voor het eerst vermeld.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

1245     Huis te Lathum wordt voor het eerst in documenten genoemd.


Huis te Lathum, omstreeks 1750

1256     In de buurschap Angerlo is het kasteel Kell een voornaam hof. Het is een Eltens leen. Bernard en Johan van Kel worden in 1256 vermeld als dienstmannen van Elten. In de strijd tussen Gelre en Bourgondie wordt het kasteel in 1495 verwoest door soldaten van graaf Jan van Egmond van Bahr. Het kasteel wordt herbouwd maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt Kell opnieuw verwoest en niet meer herbouwd. In onze huidige tijd herinnert slechts een muurrestant aan het kasteel Kell.


Muurrestant Kell

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1336    Bingerden wordt vermeld als leengoed van de aartsbisschop van Keulen. Leenman is omstreeks deze tijd Gumpar van Bingerden..

1339    Gelre, waartoe ook Angerlo in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

    Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 





1354
     Bij het neerslaan van een boerenopstand op de Veluwe sneuvelt de Heer van Baar.

 

 

 

 


     
   Kasteel Baar (17e eeuw)

1378    Hendrik van Wyle is bezitter van het landgoed Wyle, dat in latere jaren de naam Wielbergen krijgt. De naam wijst mogelijk op een dijkdoorbraak. In onze tijd is Wielbergen gelegen langs de IJsseldijk in de voormalige gemeente Angerlo tussen Doesburg en Westervoort.

1392    Angerlo wordt als gerichtsplaats in het landdrostambt Gelre genoemd en moet dus al een eigen rechtspraak hebben gekend.

1406    Jan van Bingerden wordt namens de aartsbisschop van Keulen in het bezit gesteld van het Keulse leengoed Bingerden.

1421    De vermaarde St.Elizabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt. Een groot deel van het water baant zich een weg via 's Heerenberg en Doesburg naar de IJssel.

1465    In 1465 beginnen de Gelderse oorlogen, die bijna tachtig jaar tot 1543 duren. In deze periode wordt ook de Liemers regelmatig geteisterd door oorlogsgeweld zoals in 1495 wanneer na een beleg, dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart (6 weken lang) het, uit de 11e eeuw stammende, roemruchte kasteel Baar volledig wordt verwoest.        

1473    De hertog van Kleef verkrijgt het kerspel Angerlo als waardering voor de hulp die geboden is aan de Bourgondier Karel den Stoute bij de onderwerping van Gelder. In latere jaren moet Kleef het bezit van Angerlo echter weer afstaan.

1478    Lambert Snoye is "richter van Weel" (Wehl) dat in deze tijd met het kerspel Angerlo een afzonderlijk rechtsdistrict vormt.

1486     Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan.

1487     In Doesburg wordt begonnen met de bouw van de Martinikerk.

1491     Begin februari breekt de Rijndijk tussen Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

1492    Columbus maakt tijdens zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid, "tabaco" genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt geinhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak vooral voor de Liemers bijzonder belangrijk blijken: Vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, Britisch American Tobacco).





1495
     Het slot Kell in Angerlo wordt verwoest door troepen van de Graaf van Egmond, bondgenoot van de Bourgondische vorst Maximiliaan van Oostenrijk. Karel van Gelre slaat echter hard terug en laat uit wraak kasteel Baar (Baer) tot de grond toe slopen. In tegenstelling tot kasteel Kell wordt kasteer Baar nooit meer opgebouwd.

 

 

 

 


        

1495    Na een beleg, dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart (6 weken lang), vindt de verovering plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van de heren van Baar.

   
Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een 17e eeuwse tekening

1497    Johan Momm laat zijn in 1495 door troepen van de Graaf van Egmond verwoeste huis Kell in Angerlo weer opbouwen. Enkele jaren later in 1501 sterft hij en wordt het huis beleend door Johan van Eemden, leenheer van de havezate Oud-Kell.    

1500    Angerlo telt ongeveer 350 inwoners verdeeld over 90 huishoudens.    

1503    Ook voor de inwoners van Angerlo is de zinderend hete en intens droge zomer een ware beproeving.

1517    Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1521    Van november 1521 tot april 1522 bestaat er ernstige wateroverlast.

1526     Begin maart komen landerijen rondom Doesburg onder water te staan.    

1533     In juni is er een overstroming waardoor veel gewassen verloren gaan en grote armoede het gevolg is.

1557    
De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een tweetal details uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Angelre (Angerlo)
De oorspronkelijke naam van Angerlo is Angelre, hetgeen is afgeleid van Angelrode. Angelrode betekent ontgonnen land van de Angelen. Angelen zijn de nazaten van een Deense koning, die omstreeks 665 voor Christus heerst in Zuid Denemarken. 

In de omgeving van Angerlo zien we o.a. Ellecom, Middachten, Dieren Bingerden en Doesborg.

1567    De algemene oproer bekend geworden als de Beeldenstorm gaat volledig aan de Liemers voorbij.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied 

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van Liemers en Achterhoek regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1571    Bij alle oorlogsellende van de Tachtigjarige Oorlog worden de inwoners van onze omgeving ook nog geconfronteerd met een enorme wateroverlast.

1572    Ook in 1572 en 1573 is sprake van een enorme wateroverlast. Vanuit Doesburg moet het verkeer van Dieren en Lathum met schuiten plaatsvinden.

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1580     De gereformeerden van Doesburg klagen bij stadhouder Jan van Nassau dat de boeren in Angerlo niet in de kerk te krijgen zijn.

1584
    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1589    Als gevolg van oorlogsgeweld is er in Angerlo geen enkel huis meer dat niet verwoest is. Veel bewoners zijn gevlucht en de leefomstandigheden zijn uiterst miserabel.

1595    Bij alle oorlogsellende van de Tachtigjarige Oorlog worden de inwoners van onze omgeving opnieuw geconfronteerd met een enorme wateroverlast.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water

1635    Na geleden te hebben onder de koude van een zeer strenge winter vindt bij Loo in februari een dijkdoorbraak plaats waardoor de bevolking geteisterd wordt door de gevolgen van een zware overstroming. Vanuit Doesburg vaart men met aken naar Angerlo om mensen van brood te voorzien.

1636    Pestepidemie treft o.a. Zevenaar. "Godt de Heere besocht meer als die helfte der burgerie met die pest".


Zevenaar en omgeving in 1646 volgens Johannes Janssonius
. Merk op dat zuid boven, noord onder, oost links en west rechts is getekend en dat o.a. Angerlo en Laetem zijn vermeld.
.

 


 






1642
    In Doesburg komt in 1642 voor het eerst een schipbrug over de IJssel. Deze brug gaat in 1672 verloren en het duurt daarna een halve eeuw tot 1722 wanneer voor de tweede keer een schipbrug wordt aangebracht.

 

 

 

 

      

1650    Herberg 't Rondhemd in Angerlo wordt gebouwd. Het is buitendijks gelegen aan de weg van Doesburg naar Westervoort. Omstreeks 1695 wordt het omgedoopt in 't Wapen van Bingerden en een eeuw later wordt het verbouwd tot de statige boerenhofstede zoals we die in onze huidige tijd kennen. Een gedeelte van het gebouw is in 1811 ingericht als "maison de la commune" (gemeentehuis). Omstreeks 1845 verhuist het gemeentehuis naar de aan de andere kant van de dijk gelegen "Klein Bingerden", waarin ook de tapperij van 't Wapen van Bingerden is gevestigd.

1651    Na een periode van intense koude valt in de tweede week van januari de dooi in, die gepaard gaat met hevige regen en sneeuw. Als gevolg hiervan is onder meer in Angerlo een ongekende wateroverlast.





1654
    Op de kaart van Slichtenhorst wordt Huize Kell in Angerlo als adelijk huis vermeld.

 

 

 

 


        

(




1662
     Herman Pabst, een verre voorouder van de eigenaar in onze huidige tijd, koopt Huis Bingerden in Angerlo.

 

                                                Huis Bingerden, voorzijde1915
 foto C. Steenbergh  

1672    In het voorjaar vinden onderwaterzettingen plaats om de naderende Franse troepen tegen te houden. Deze inundaties, die plaatsvinden op last van Willem III prins van Oranje, veroorzaken veel schade; zo komen heel Angerlo en het Angerlose Broek onder water. Niettemin komt zonder slag of stoot Doesburg op11 juni in Franse handen.

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Angerlo kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.





1722
    Doesburg krijgt voor de tweede maal in de geschiedenis een schipbrug over de IJssel. Nadat de eerste schipbrug uit 1642 in 1672 verloren is gegaan heeft het een halve eeuw geduurd tot 1722 alvorens Doesburg weer de beschikking heeft over een dergelijke oeververbinding.

 

 

 

 

      

1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Angerlo niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voordat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.




1742
     In Westervoort wordt fort "Geldsoord" met een inundatiesluis aangelegd. Het betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en Doesburg, waaronder Angerlo, onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw Duiven en Zevenaar bij Nederland komen verliest het fort zijn strategische betekenis.

 

                                                Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort (eind 18e eeuw)  

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog, maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers in 1744 een zeer ernstige veeziekte.

1745    Op zaterdag 28 augustus 1745 wordt de predikanten opgedragen om wekelijkse bidstonden te houden zowel vanwege een epidemie van de gevreesde veepest als vanwege "toenemende oorlogsgeruchten". Dit laatste houdt verband met de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 - 1748), waar het nabijgelegen Pruissen bij betrokken is.  
Veepest slaat in de 18e eeuw regelmatig genadeloos toe. Vooral omstreeks 1714, 1745 en 1768 raken veel (keuter)boeren ook in Angerlo door deze gevreesde infectieziekte in een klap al hun vee kwijt.  Door deze veepest maar ook door ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan.


" Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit " in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in Angerlo tot wanhoop. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1749    Doorbraak van de IJsseldijk bij Nieuwgraaf, waarbij door de kracht van het water een waai ontstaat. Het gehele gebied tussen Westervoort en Doesburg komt daardoor op 10 februari onder water te staan.  

1751   
Het sterftecijfer in Angerlo is in 1751 veel groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).


1753
    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude moet ook voor de inwoners van  Angerlo een ware kwelling zijn geweest.

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim en week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

 

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor onder meer Westervoort, Duiven, Angerlo, Ooy en Lathum onder water komen te staan.

1764   
Het sterftecijfer in Angerlo is dit jaar veel groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

1768     Op dinsdag 3 mei 1768 wordt in Hoog Keppel geboren Arend Ketz (1768 - 1838), zoon van Jan Ketz en Meintjen Wassink. Na de Latijnsche school in Doesburg te hebben doorlopen gaat Arend in september 1788 naar de Academie in Harderwijk, waar hij in 1793 de studie theologie afrondt. Nog in hetzelfde jaar wordt hij predikant in Angerlo maar omdat Angerlo geen pastorie heeft, woont hij in Doesburg. Tot grote spijt van de gemeente in Angerlo wordt hij in september 1806 predikant in Lathum, waar wel een pastorie beschikbaar is. In 1819 wordt hij predikant in Putten, wat hij blijft tot zijn emeritaat.

 

1770     Rampjaar. In de Liemers zijn vele dijkdoorbraken waarvan ook Angerlo de gevolgen ondervindt. Vooral bij onverwachte dijkdoorbraken, in Oud-Zevenaar op 2 december 1770 en Loo een dag later, is het menselijk leed en de schade immens.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.  


Voor de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar.

 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Oud-Zevenaar en  Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor ook Angerlo met ernstige wateroverlast te maken heeft.

1779    In het najaar wordt Angerlo getroffen door dysenterie, een infectieuze darmaandoening die vaak gepaard gaat met bloederige en waterdunne diarree en daarom in de volksmond vaak "rode loop" wordt genoemd. Het totaal aantal dodelijke slachtoffers bedraagt meer dan tien.    


1780   
In Angerlo overlijden twee tot drie keer zoveel mensen als in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

 

1780    De Angerlose dominee Lambertus de Bervee, die regelmatig als gevolg van alcoholverslaving in opspraak raakt, neemt op Eerste Paasdag de dienst in Lathum waar. Onderweg naar Lathum drinkt hij op paaszaterdag bij de "bevriende" roomse pastoor zoveel alcohol dat hij laat in de avond in benevelde toestand op zijn logeeradres aankomt. Enkele weken later wanneer de dominee "tusschen Saturdag en Zondag zig volgesopen had" is hij zondagochtend nog zo onder invloed van alcohol dat hij met geen tien paarden uit zijn bed te krijgen is waardoor het kerkvolk onverrichter zake huiswaarts keert.    
  
1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water. In Angeren is de schade groot als gevolg van vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a. 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1786    In opdracht van de eigenaar Johan Mauritz van Pabst, secretaris van Amsterdam, wordt het aan de zuidkant van de IJssel in Angerlo gesitueerde Huis Bingerden verbouwd, vergroot en met halfcirkelvormige tuinmuren met de stallen en oranjerie verbonden. Een jaar later in 1787 ontvlucht Van Pabst Amsterdam als gevolg van politieke onlusten. Na de Franse inval en de Bataafse omwenteling ziet hij zich ook genoodzaakt om Bingerden te verlaten. De eerste tijd verblijft hij in het Duitse Oldenburg, later in Emmerich. In 1824 overlijdt hij in Huis Bingerden in Angerlo. 

 

1787    Op 12 december wordt de Angerlose dominee Lambertus de Bervee wegens herhaalde dronkenschap en huiselijk geweld door de classis uit zijn ambt ontzet. De uit Groningen afkomstige De Bervee is ruim dertien jaar dominee in Angerlo geweest. In deze periode komt hij bij voortduring in opspraak en stapelen de schulden zich op. Ook neemt hij twee keer een hypotheek op een nalatenschap die zijn echtgenote nog moet erven. 

1789    De winter van 1788-1789 verloopt ook in Angerlo extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.




1791
     De eigenaar van Huis Bingerden Johan Maurits van Pabst, secretaris van Amsterdam, geeft de Duitse landschapsarchitect J.P. Posth opdracht om tuinen aan te leggen in Engelse landschapstijl. Deze tuinen zijn in onze tijd nog altijd herkenbaar bij Huis Bingerden.

 

                                                Huis Bingerden in Angerlo
omstreeks1925
   

1799    Geweldige watervloed in de Liemers.  De Liemerse bandijk begeeft het begin februari op drie plaatsen: Bij Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), bij Loo en bij fort Geldersoord in Westervoort.

1800
    Op zondag 9 november teistert een hevige storm de Liemers.

1803    Op 23 februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen.  Het water, dat op vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt,  zoekt een uitweg in de richting van  Angerlo en Doesburg. 

De omgeving van de Pannerdense molen in 1742

Bij deze molen vindt in 1803 een dijkdoorbraak plaats, die tot in Angerlo overlast en schade teweeg brengt.

1805    In Angerlo en omgeving veroorzaakt een tyfusepidemie vooral in het begin van 1805 ontstellend veel ellende en verdriet. Het precieze aantal dodelijke slachtoffers is niet bekend maar zeker is dat het er relatief veel zijn. In Groessen waar de epidemie ook heerst overlijden 29 mensen aan de aandoening, in de parochie Oud-Zevenaar 66 en in Zevenaar 10 mensen.

1807    In de nacht van 18 op 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade. In Doesburg wordt de schipbrug over de IJssel zwaar beschadigd.

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809.
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien..

In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 is er een hevige sneeuwstorm, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water.    

Tot de mensen, die in Angerlo zwaar getroffen worden en huis en inboedel verliezen, behoren de weduwe T. Melghen. J. Bosch (wever), A. Teunissen, M. Hulshof, H. Jansen op de Tichelovend, K. Jansen, R. Reutten, G. Harbers en A. Abbink.

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle overstromingsproblemen een afleiding van het Rijnwater is via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee. 

1811    Angerlo wordt een zelfstandige gemeente los van Doesburg. De allereerste burgemeester van de gemeente wordt Johan Jurjen Jansen (1773-1838), die dit maar liefst 27 jaar tot zijn dood in 1838 blijft. Tot 2005 blijft Angerlo een zelfstandige gemeente, die ook Bahr, Bevermeer, Bingerden, Giesbeek en Lathum omvat. Het gemeentehuis wordt gevestigd in boerderij Kroonestein, een buitendijks gelegen pand aan de weg van Doesburg naar Westervoort, dat tot het landgoed Bingerden behoort.  

1812    Gedurende een korte tijd (1812 en 1813) is ook in Angerlo een Franse school gevestigd. De onderwijzer is Johan Ort. Hij geeft behalve in het Frans ook in het Nederlands les.

1814    Door ijsopstopping lopen eind januari de Rijndijken over. De gehele Liemers komt weer onder water te staan. In Angerlo zoeken velen hun toevlucht op Kronestein, waar ze door de stad Doesburg van levensmiddelen worden voorzien.

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Angerlo en het Angerlose Broek gaan de tarwe-, rogge-, haver-, erwten- en gerstoogsten verloren. Armoede is het gevolg en velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. Ook elders in Europa en de wereld is 1816 een extreem jaar. Naar schatting 200.000 mensen verhongeren in Europa. In veel landen breken voedselrellen uit. In latere jaren wordt duidelijk dat de extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Angerlo voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld en ook Angerlo in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1818    De provincie Gelderland is verdeeld in 17 districten of hoofdschoutambten, welke gezamenlijk 107 gemeenten of schoutambten omvatten. De gemeenten Angerlo, Didam, Gendringen, 's-Heerenberg, Netterden, Wehl en Zeddam worden samengevoegd tot het hoofdschoutambt Doesburg. In 1851 zou er een eind komen aan de districtsgewijze indeling van het Gelderse platteland.

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat grotendeels verloren.

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat de Liemers weer geheel en al overstroomt.  De gemeente Angerlo is eind januari een zee van water. Het aantal ernstig beschadigde huizen bedraagt in de gemeente Angerlo 42 en 1 huis is zelfs volledig weggespoeld. 

1824     Op zaterdag 20 november 1824 overlijdt op 84-jarige leeftijd in Huize Bingerden in Angerlo Mr. Johan Mauritz van Pabst van Bingerden. Hij was van 1769 tot 1787 secretaris van Amsterdam.

 

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a: Angerlo, Bingerden, Bahr, Giesbeek, Lathum, Eldrik Lool en Holthuizen.

 

1838 Op zaterdag 28 april 1838 overlijdt in Doesburg ds Arend Ketz (1768 - 1838), predikant in Angerlo van 1793 tot 1806 en van 1806 tot 1819 in Baer - Lathum.
In de periode dat ds Ketz predikant in Angerlo is, woont hij in Doesburg omdat Angerlo geen pastorie heeft. Tot grote spijt van de gemeente in Angerlo wordt hij in september 1806 predikant in Lathum waar wel een pastorie beschikbaar is. Ds Ketz is een van de eerste bewoners van de pastorie aan de Kerkstraat in Lathum. In 1819 wordt hij predikant in Putten wat hij blijft tot zijn emeritaat.


Pastorie aan de Kerkstraat in Lathum, waar ds Ketz van 1806 tot 1819 heeft gewoond

1838    Als gevolg van kruiend ijs zijn de rivierdijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2.30 uur breekt de dijk bij Rees door. Enkele dagen later spoelt de Ellecomse dijk voor een groot deel weg, waardoor op 3 maart het water in Angerlo zo hoog staat, dat het over de Bingerdense overlaat in de IJssel loopt. Ruim een week later is bij sommigen in Angerlo nog steeds geen noodhulp geweest. Alom is men ontevreden over de zorgeloosheid van de Angerlose burgemeester. Nog op 6 maart drijft door de Ellecomse overlaat ijs, dat zo dik is dat het zware wilgen doormidden klieft; enige dagen later blijkt dat de aangerichte schade zeer groot is. 

1839    Blijkens de volkstelling is 54% van de inwoners van  de gemeente Angerlo katholiek.

1842     Het geslacht Van Heeckeren van Kell koopt Huis Bingerden. In de 19e eeuw heeft dit geslacht enkele malen een burgemeester voor de gemeente Angerlo geleverd.

                                                 

1842     Eind augustus 1842 bezoekt koning Willem II onze regio. Op zijn reis van Doesburg naar Zevenaar wordt hij begeleid door talrijke erewachten te paard uit de gemeenten Angerlo en Didam.


Koning Willem II
(N. de Keyser)

 

1844    Het gemeentehuis van Angerlo, dat sedert 1811 gevestigd is in een deel van 't Wapen van Bingerden, verhuist naar het aan de andere kant van de dijk gelegen "Klein Bingerden", waarin ook de tapperij van 't Wapen van Bingerden is gevestigd. In 1885 wordt het pand ingrijpend verbouwd, waarbij ook het gemeentesecretariaat een beter onderkomen krijgt. Het grootste deel van het pand blijft ook na de verbouwing in gebruik bij tapper, slijter en rijtuigverhuurder Wouter Jansen. In 1912 wordt het gebouw gesloopt en wordt op de fundamenten een nieuw gemeentehuis annex logement gebouwd dat in 1913 wordt geopend.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg. 

1845     Willem baron van Heeckeren van Kell (1815 - 1914) wordt burgemeester van de gemeente Angerlo en blijft dit vijftien jaar tot 1860. In de periode 1849 tot 1860 is hij tevens gemeentesecretaris. In 1877 wordt hij minister van Buitenlandse Zaken en daarna lid van de Tweede Kamer. Tevens is hij vele jaren een belangrijk adviseur van Koning Willem III met wie hij overigens enkele keren in conflict komt. Aan het begin van de 20e eeuw van 1903 tot 1910 wordt ook zijn zoon Alexander burgemeester van de gemeente Angerlo.


W. van Heeckeren van Kell (1815 - 1914)

 

1845     Op 17 november wordt in Angerlo David Kromhout geboren. Op zijn 15e gaat David als kadet naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda alwaar hij de opleiding in 1865 voltooit. Gedurende zijn lange leven ontwikkelt hij zich tot een zeer invloedrijk militair bij de artillerie, die het brengt tot luitenant-generaal. De Kromhoutkazerne in Tilburg , die heeft bestaan van 1909 tot 1988, is naar hem vernoemd.


David Kromhout (1845 - 1927)

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloost verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en de tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er opnieuw een groot voedseltekort.

1847    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen een ernstig voedseltekort.




1847
     In Angerlo wordt aan 't Zandveld door B.A.F. Kempers, bakker in Wehl, een windmolen gebouwd, die hij laat bemalen door zijn zoon Bernard, die in 1860 zelf eigenaar wordt en nog in hetzelfde jaar de molen verkoopt aan bakker Hermanus Schaars. In 1880 krijgt de molen een stoommachine, die als hulpgemaal dient. In 1933 wordt de molen afgebroken.

 

                                                Molen Angerlo
omstreeks1920
   

1849    Aan de Dorpsstraat in Angerlo wordt een nieuw schooltje in gebruik genomen. De oude school wordt woonhuis (achter het pand Dorpsstraat 38) en zou later afgebroken worden. 

1850    Omstreeks deze tijd begint Abraham ten Hulzen een smederij in de Dorpsstraat in Angerlo. Hij wordt omstreeks 1900 opgevolgd door zijn zoon Derk-Jan ten Hulzen. In 1921 neemt op zijn beurt schoonzoon Albert Harmsen, die getrouwd is de dochter van Derk-Jan, de smederij over. Hun zoon Jan Harmsen zet de smederij aan de Dorpsstraat vervolgens tot 1981 voort. Na 130 jaar komt dan een eind aan het bestaan van een ambachtelijke smederij, waarin vier generaties Ten Hulzen / Harmsen decennia hebben gewerkt. 

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1852   Gedurende de wintermaanden telt de Angerlose school 114 leerlingen (73 jongens en 41 meisjes) en gedurende de zomermaanden 66 leerlingen (43 jongens en 23 meisjes). Ook in Angerlo gaan veel kinderen vooral in de zomer niet naar school om thuis te kunnen werken.

1855    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Vanuit Zevenaar en Duiven wordt in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo en Lathum kampt men nog eerder met de wateroverlast.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort, 1855


1856   
Nadat enkele jaren eerder de Liemerse overlaat tussen Oud-Zevenaar en Babberich is gesloten, wordt ook de overlaat in Bingerden opgehoogd. Hiermee komt een eind aan een bron van grote ergernis onder de Liemerse bevolking als gevolg van schade door overstromend water bij een werkende overlaat. Zo noemt een getergd gemeentebestuur van Zevenaar in 1844 de Liemerse overlaatkade: " een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen zonder eenige schadevergoeding is beroofd ".

1859   Op 29 maart richt de Hervormde gemeente van Angerlo een ziekenfonds op voor "minvermogende lidmaten". Voor 1 cent per persoon per week kan men zich verzekeren voor medische hulp van een Doesburgse arts





word">genealogie in duitsland
12:19:51
loopsheid hond
12:19:50
btw tarief advocaat
12:19:49
canon mg5655
12:19:49
volkswagen up cabrio

Pagina 1 van circa resultaten voor canadese goose - 0.274 sec.





leeftijd in Huize Bingerden in Angerlo Mr. Johan Mauritz van Pabst van Bingerden. Hij was van 1769 tot 1787 secretaris van Amsterdam.

 

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a: Angerlo, Bingerden, Bahr, Giesbeek, Lathum, Eldrik Lool en Holthuizen.

 

1838 Op zaterdag 28 april 1838 overlijdt in Doesburg ds Arend Ketz (1768 - 1838), predikant in Angerlo van 1793 tot 1806 en van 1806 tot 1819 in Baer - Lathum.
In de periode dat ds Ketz predikant in Angerlo is, woont hij in Doesburg omdat Angerlo geen pastorie heeft. Tot grote spijt van de gemeente in Angerlo wordt hij in september 1806 predikant in Lathum waar wel een pastorie beschikbaar is. Ds Ketz is een van de eerste bewoners van de pastorie aan de Kerkstraat in Lathum. In 1819 wordt hij predikant in Putten wat hij blijft tot zijn emeritAxMDMp://www.chrisvankeulen.nl/lathumpastoeriekerkstraat1963waaroadsketzheeftgewoond.jpg" width="588" height="388">
Pastorie aan de Kerkstraat in Lathum, waar ds Ketz van 1806 tot 1819 heeft gewoond

1838    Als gevolg van kruiend ijs zijn de rivierdijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2.30 uur breekt de dijk bij Rees door. Enkele dagen later spoelt de Ellecomse dijk voor een groot deel weg, waardoor op 3 maart het water in Angerlo zo hoog staat, dat het over de Bingerdense overlaat in de IJssel loopt. Ruim een week later is bij sommigen in Angerlo nog steeds geen noodhulp geweest. Alom is men ontevreden over de zorgeloosheid van de Angerlose burgemeester. Nog op 6 maart drijft door de Ellecomse overlaat ijs, dat zo dik is dat het zware wilgen doormidden klieft; enige dagen later blijkt dat de aangerichte schade zeer groot is. 

1839    Blijkens de volkstelling is 54% van de inwonerMMRFMRFMk.

1842     Het geslacht Van Heeckeren van Kell koopt Huis Bingerden. In de 19e eeuw heeft dit geslacht enkele malen een burgemeester voor de gemeente Angerlo geleverd.

                                                 

1842     Eind augustus 1842 bezoekt koning Willem II onze regio. Op zijn reis van Doesburg naar Zevenaar wordt hij begeleid door talrijke erewachten te paard uit de gemeenten Angerlo en Didam.


Koning Willem II
(N. de Keyser)

 

1844    Het gemeentehuis van Angerlo, dat sedert 1811 gevestigd is in een deel van 't Wapen van Bingerden, verhuist naar het aan de andere kant van de dijk gelegen "Klein Bingerden", waarin ook de tapperij van 't Wapen van Bingerden is gevestigd. In 1885 wordt het pand ingrijpend verbouwd, waarbij ook het gemeentesecretariaat een beter onderkomen krijgt. Het grootste deel van het pand blijft ook na de verbouwing in gebruik bij tapper, slijter en rijtuigverhuurder Wouter Jansen. In 1912 wordt het gebouw gesloopt en wordt op de fundamenten een nieuw gemeentehuis annex logement gebouwd dat in 1913 wordt geopend.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg. 

1845     Willem baron van Heeckeren van Kell (1815 - 1914) wordt burgemeester van de gemeente Angerlo en blijft dit vijftien jaar tot 1860. In de periode 1849 tot 1860 is hij tevens gemeentesecretaris. In 1877 wordt hij minister van Buitenlandse Zaken en daarna lid van de Tweede Kamer. Tevens is hij vele jaren een belangrijk adviseur van Koning Willem III met wie hij overigens enkele keren in conflict komt. Aan het begin van de 20e eeuw van 1903 tot 1910 wordt ook zijn zoon Alexander burgemeester van de gemeente Angerlo.


W. van Heeckeren van Kell (1815 - 1914)

 

1845     Op 17 november wordt in Angerlo David Kromhout geboren. Op zijn 15e gaat David als kadet naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda alwaar hij de opleiding in 1865 voltooit. Gedurende zijn lange leven ontwikkelt hij zich tot een zeer invloedrijk militair bij de artillerie, die het brengt tot luitenant-generaal. De K